In een van de vele sollicitaties als data scientist na mijn studie aan het JADS werd ik na één enkel gesprek al afgewezen. Het was een kennismaking gesprek dat niet meer dan 30 minuten geduurd heeft, toch wist de recruiter van dienst mij te vertellen dat ik in het gesprek te weinig leiderschapskwaliteiten heb laten zien om hen te overtuigen. Om alle vragen al voor te zijn, ja ik heb vragen gesteld en interesse getoond in zowel de organisatie, de huidige werknemers die het interview afnamen en welke mogelijke baan ik zou gaan vervullen. Na de afwijzing en de mededeling sloot ze ook nog af met de woorden: ‘We begrepen ook niet hoe jij het al 15 jaar in de topsport uithoud met dat coachen, daar leek je ons absoluut geen type voor!’
Ik zou liegen als ik zou zeggen dat deze opmerking niets met mij deed. Zeker omdat ik mijzelf inmiddels identificeer als coach. Ik weet het, je bent niet je beroep, maar toch adem ik het hockey coach vak en het zit in mijn hart en nieren. Zoals een onderdeel van het coach vak betreft ging ik reflecteren, reflecteren op het gesprek dat ik heb gehad met deze organisatie. Hoe zouden zij in zo’n 30 minuten aan mij hebben kunnen “aflezen” dat ik geen geschikte leider was en ik absoluut niet in een topsport omgeving thuishoort.
Ongetwijfeld had de recruiter het over het cliche dat topsport kneiter hard is. Tuurlijk zijn er scheve dingen aan topsport, je beste vriend kan meteen ook je vijand zijn. Je assistent kan heel vriendelijk zijn en echt een goede aanvulling op je zijn maar stiekem misschien ook wel verlangen dat je faalt zodat hij of zij jouw baan kan overnemen. Dat deze tegenstrijdigheden in de sport bestaan wil niet meteen zeggen dat je een muur om jezelf moet bouwen, dat je een autoritaire leider moet zijn, moet schreeuwen naar elke speler die ook maar een millimeter afwijkt van het plan. Althans, tijdens mijn reflectie is dit wat ik dacht dat zij verwachtte in het interview.
Als ik al deze leiderschap stijl zou toepassen, dan vraag ik mijzelf wel af hoe ik dit in een interview van 30 minuten had moeten laten zien. Had ik ze tijdens de vragen moeten onderbreken, had ik het voltallige selectie committee in een ‘mansplaining’ manier moeten uitleggen wat Data Science precies is, of misschien wel wat data is, of code is, had ik moeten opstaan en mijn lege kopje koffie aan iemand moeten geven en zeggen: ‘Vullen, nu!’. Of misschien toch voor de narcistische monoloog moeten afsteken over hoe goed ik wel niet ben en dat ik het wel even allemaal kom oplossen in het bedrijf. Ik zie het nu meer als een soort sketch van Draadstaal of Sluipschutters voor mij.
Mijn leiderschap stijl is zeker aan de wat stillere kant, het is een leiderschapsstijl die bij mij past. Het is niet dat ik niks durf te zeggen, het is niet dat ik mij ondergeschikt wil maken. Mijn kracht zit het in het zoeken naar de juist woorden. Alle patronen proberen te doorgronden, welke steen ik kan verlegen om de rivier net iets efficiënter en krachtiger te laten stromen. Wanneer ik alle patronen doorgrond heb en weet hoe de vork in de steel zit, dan kan ik bruggen bouwen. In mijn geval spelers, leren veel meer door zelf te ervaren en door ontdekken wat wel en wat niet werk, een coach is er om bij te sturen. De stilte geeft ruimte voor ontdekking voor andere personen. Tuurlijk wanneer alles echt naar de mallemoer gaat dan is direct en duidelijke communicatie heel hard nodig, dan zal ik die ook zeker vertonen. Het is echter niet de leiderschapsstijl die voor mij in de dagelijkse situaties past.
Ik heb na dit telefoontje lang nagedacht, moet ik iets veranderen? Of mij wellicht anders opstellen terwijl ik bij al sollicitatie gesprekken doe. Maar ik geloof in de kracht van stilte, de kracht om juist andere de ruimte te geven om te ontwikkelen, te luisteren en dus te leren, te helpen in plaats van alleen maar te delegeren en af en toe ook gewoon om hulp te vragen (wat als een leider wellicht ook taboe is). Met deze leiderschapsstijl overleef ik het al aardig wat jaartjes in de topsport, en ik hoop er nog aardig wat jaartjes achteraan te plakken. Dat ga ik alleen volhouden als ik dicht bij mezelf blijf.
“Courage is what it takes to stand up and speak; courage is also what it takes to sit down and listen” – Winston Churchill


